Feit of fabel?

Wetenschappelijke onderbouwing van het nut van diverse hulpmiddelen die ergonomie op de werkplek verbeteren.

Er zijn tal van hulpmiddelen beschikbaar om de werkplek ergonomischer, prettiger of efficienter in te richten. Maar wat werkt echt en wat is minder nuttig? Op deze pagina leest u welke wetenschappelijke ondersteuning er is voor het nut van diverse hulpmiddelen die bijdragen aan een verbetering van ergonomie op de werkplek.

Werktafel/ bureau

Personen die met een zit-sta-tafel werken hoeven minder frequent (47% minder) en minder lang pauze te nemen (56% minder), omdat de vermoeidheid minder is (Dainoff). Daardoor kunnen ze langer en productiever werken.

Bureaustoel

Een goede armondersteuning leidt tot afname van (schouder)klachten (Aaras, 2001, Cook, 1998, Karlqvist, 1998), onder andere omdat de doorbloeding beter is (Hagberg, 1984). Ook treedt minder snel vermoeidheid op (Arndt, 1983).

61% van de werknemers geeft aan de bureaustoel nooit in te stellen (TNO, 2004). Heeft waarschijnlijk te maken met te weinig voorlichting over het juist instellen van de bureaustoel, bureaustoelen lastig in te stellen en veel bureaustoelen werken weer anders.

Documenthouder

Een documenthouder moet in lijn worden geplaatst met de monitor en het toetsenbord. En bij lezen en schrijven moet een licht hellend werkvlak worden gebruikt. Een hellend werkvlak vermindert de buiging van de nek (Dul 1992) en draagt daarmee bij aan het voorkomen van klachten.

Door documenten links, rechts of zelfs voor het toetsenbord te plaatsen, ontstaat een extra belasting op nekspieren en de ogen. Dit kan leiden tot nek- en hoofdpijnklachten en zelfs tot uitval. Dit is eenvoudig te voorkomen door een documenthouder tussen het beeldscherm en het toetsenbord te plaatsten. Met het gebruik van een documenthouder creëer je meer overzicht en een cleandesk wat leidt tot betere concentratie en dus een hogere productiviteit. (Bakker Elkhuizen).

Beeldscherm

Bij meerdere applicaties tegelijk wordt aangeraden om met 2 beeldschermen te werken of met een breedbeeldscherm. Wetenschappelijk onderzoek toont aan 10-15% meer productiviteit, 33% minder fouten bij gebruik van 2 of 3 schermen (research productivity and multiscreen computer displays, Colvin e.a.). Nadeel: vergt meer nekrotatie en spierbelasting in nek- schouderregio (Alabdulmohsen, 2011). Een afdoende groot scherm en een optimale opstelling van de schermen kan deze extra spierbelasting ongedaan maken. Een scherm van tenminste 19 inch zorgt namelijk voor een beduidend lagere nek- schouder belasting dan kleinere schermen (Sommerlich et al 2001). Kwestie van balans creeren tussen gezondheidseffecten en prestatiewinst.

Wanneer een medewerker meer dan 20% van zijn tijd aan taken besteedt waarin informatie uit meedere bronnen worden samengevoegd, is het raadzaam een 2e scherm te gebruiken. (Colvin et al, 2004).

Volgens de NEN 894-2 ligt de optimale horizontale kijkhoek tussen de 0 en 15° links en rechts. De acceptabele kijkhoek ligt tussen de 0 en de 30°. Bij > 30°  moet de nek worden gedraaid. Bij gebruik van 24 inch schermen ligt een deel van het scherm al snel buiten de 30°. Om ergonomisch te werken met 2 schermen van 22 of 24 inch is een kijkafstand nodig van meer dan 80 cm. Gebruik monitorarmen.

De grootste tijdwinst wordt behaald op een 26 inch wide screen (2 applicaties naast elkaar)en bij een dual screen van 2 x 20 inch: ruim 40% meer prestatie dan bij een enkel beeldscherm.

Bij 2 beeldschermen naast elkaar (of recht of met een hoek van ongeveer 15° om de horizontale kijkhoek te verkleinen. Bij ongelijk gebruik van de monitoren, zet je 1 monitor recht voor je en de ander in een hoek van ongeveer 15°, waarbij je uiteraard recht achter het beeldscherm gaat zitten die je het meest gebruikt.

Flatscreenarm/ ogen

Een relatief grote kijkafstand is voor de ogen minder belastend, omdat de ogen niet zo sterk hoeven te accommoderen, voorwaarde is wel dat de tekens op het scherm evenredig groter worden (Owens and Wolf Kelly, 1987). Grotere tekens worden sneller gelezen dan kleine (Tullis et al, 1995), kleine tekens op het scherm verlagen dus de productiviteit (Jaschinski-Kruza, 1988).

Kijkhoek: het volledige beeldscherm moet zich bevinden in een gebied 10 tot 20° beneden ooghoogte. Bij deze monitorpositie kunnen de ogen beter accommoderen (Ripple, 1952) en convergeren (Krimsky, 1948) en neemt de algehele belasting voor de ogen af (Tyrell and Leibowitz, 1990; Tsubota and Nakamori, 1993). Daarnaast leidt deze monitorpositie tot minder ongemak en klachten aan de nek (Kumar 1994; McKinnon 1994, Marcus 2002), terwijl het niet leidt tot een statische belasting van de nekspieren (Turville et al, 1998). Tegelijkertijd neemt de productiviteit minder 10% toe (Sommerich et al, 1998).

Binnen een jaar geeft bijna 40% van de computergebruikers aan wel eens last te hebben van de ogen gedurende een periode van meer dan 3 dagen (Toomingas, 2012). Het is echter niet zo dat de ogen slechter worden door veelvuldig met de computer te werken. Bestaande klachten kunnen een discomfort geven tijdens het doen van beeldschermwerk. Regelmatig knipperen van de ogen is belangrijk om ze vochtig te houden. Belangrijk, want tijdens het turen naar je beeldscherm ben je geneigd minder te knipperen.

Laptophouder

Een laptopsteun heeft een positief effect op de houding (meer strekken) en draagt bij aan meer comfort (Boersma 2003, Lindblad 2003). Onderzoek naar productiviteit in relatie tot gebruik van een laptopsteun geeft geen eenduidige resultaten (Boersma, 2003: gelijke productiviteit en Lindblad, 2003: 17% hogere productiviteit).

Gebruik moet makkelijk toepasbaar zijn anders gaan werknemers het niet gebruiken (omslachtig).

Een studie van Lindblad (2002) vergelijkt het gebruik van een laptop met laptopstandaard met geïntegreerde documenthouder, extern toetsenbord en externe muis met een laptop zonder enige ergonomische hulpmiddelen. De mechanische belasting op de nek neemt met 32% af, terwijl het comfort met 21% verbeterd wanneer een laptop met hulpmiddelen wordt gebruikt.

Muis

Tijdens het klikken en scrollen moeten statistische onnatuurlijke houdingen (extensie en ulnairdeviatie pols, pronatieonderarm) vermeden worden. De muis moet zo dicht mogelijk bij het lichaam blijven. Bovengenoemde houdingen zijn alle risicofactoren voor het ontstaan van klachten aan pols en onderarm (Jensen, 1998; Fernstrom, 1997; Burgess-Limmerick, 1999, Armstrom 1994). Wanneer de muis dichter bij het lichaam wordt geplaatst, is dit minder belastend voor de nek en schouders (Armstrom, 1995; Cook, 1998; Harvey, 1997). Trackball en trackpoints zijn extra belastend voor de duim. Zeker voor oudere werknemers is dit geen goed alternatief voor een gewone muis. Tevens is de productiviteit lager, maar dit lijkt te verdwijnen bij langdurig gebruik te verdwijnen (Zöllner, 1999).

Bij het gebruik van een verticale muis is er minder ulnaire deviatie en pronatie (Schmid et al, 2015). Hierdoor is de spieractiviteit in de onderarm lager dan bij een standaardmuis (Quemelo & Vieira, 2013). Daarnaast zorgt een verticale muis voor een lagere belasting in schouders, arm en pols, waardoor RSI klachten voorkomen kunnen worden.

De verticale muis is volgens onderzoek 10 tot 19% langzamer dan de gewone muis (Quemelo & Ramos Vieira, 2013; Scarlett et al, 2005). Verticale muis is wel weer aanzienlijk sneller dan joystickmouse (Scarlett et al, 2005). De aanwendtijd van de verticale muis is hoog in verhouding met andere ergonomische muizen.

Donkere letters op een heldere achtergrond vergemakkelijken het lezen (ISO 9241) en dragen bij aan een hogere productiviteit (Snyder, 1990).

(Compact) toetsenbord

Tijdens de aanslag van de toets moet een duidelijke feedback voelbaar en/ of hoorbaar zijn. Wanneer er onvoldoende feedback is, neigen gebruikers ertoe om de toetsen tot 3,9 keer harder aan te slaan dan eigenlijk noodzakelijk is. Dit is een risicofactor voor het ontwikkelen van klachten aan onderarm en hand (Feuerstein, 1997; Gerard, 1996 en 1999). Daarnaast leidt dit ertoe dat de gebruiker meer fouten maakt waardoor de productiviteit achteruit gaat (Feuerstein, 1997; Yoshitake, 1995).

Compacte toetsenborden (zonder numeriek), maar met een vergelijkbare afstand tussen de toetsen als bij een normaal toetsenbord) verlagen de reiksafstand naar de muis (Cook, 1998)., verlagen de belasting voor de armen en worden als comfortabeler ervaren dan standaard toetsenborden (Van Lingen, 2003).

Pootjes in of uit

Pootjes in of uit is geen cruciaal aspect om een goede ergonomische werkplek te kunnen creëren. Belangrijker is de zithouding, afdoende afwisseling, voldoende beweging. Sinds begin jaren 80 zijn pootjes onder een toetsenbord verplicht. De achterkant van een toetsenbord moet instelbaar zijn. De hellingshoek moet tussen de 0 en 15° liggen, aanbevolen tussen de 5 en 12°. De hoogte van het toetsenbord ter hoogte van de middelste rij mag niet meer dan 3 cm bedragen.

Voor niet ‘blind’ typers (met 2 vinger)is het een voordeel dat ze de toetsen beter kunnen zien. Nadelen heeft het voor hen niet. Voor personen die blind kunnen typen ligt dit anders. Zij hoeven niet naar de toetsen te kijken. Voor hen bestaat het gevaar dat de polsen teveel in extensie komen. Daarom kunnen zij de pootjes het beste ingeklapt houden en een relatief dun toetsenbord gebruiken. (Bron: Bakker Elkhuizen, geen wetenschappelijk onderzoeker bekend).

Omgeving en overig

Mensen die een thuiswerkplek hebben, werken gemiddeld meer uren dan iemand met een traditionele werkplek. Dit kan leiden tot een verhoogde werkdruk. Het nieuwe werken kan bijdragen aan een hogere productiviteit, milieubelasting helpen verlagen en kostenbesparend werken (fascilitair). Belangrijk is om niet de gezondheid uit het oog te verliezen en de werkplekken ergonomisch in te richten.

Uit onderzoek blijkt dat mensen in een kantoortuin, zonder vaste werkplek, 63% meer ziektedagen hebben dan collega’s met een eigen werkkamer. Dat komt mede doordat 72% van de mensen toch gaan werken als ze ziek zijn (Amerikaanse Cornell University. In een open ruimte gaat de verspreiding van bacteriën sneller. Stimuleren van thuiswerken!! Zieke collega’s kunnen toch gewoon hun werk doen zonder collega’s te besmetten. Gemeenschappelijke toetsenborden en muizen vormen een enorme bron van bacteriën, soms nog onhygiënischer dan toiletbrillen.  Tip: handen wassen of iedereen een eigen toetsenbord en muis. Zo kan ook iedereen thuis ergonomisch werken (britse onderzoekers/ site bakker elkhuizen).

Gedrag zit-sta-tafel: het afwisselen tussen staan en zitten wordt te weinig benut als ze eenmaal aan het werk zijn. Het besef van tijd en de noodzaak om afwisselend staand en zittend te werken, gaat als snel verloren doordat het beeldscherm, toetsenbord, muis en de te verwerken informatie alle concentratie van de medewerker vraagt. Het is daarom van belang om medewerkers regelmatig te attenderen om van werkhouding te veranderen. Kookwekker is onwenselijk, qua geluid en het steeds instellen wordt vergeten. Bakker Elkhuizen gebuikt de sitstandcoach, software.

Er is een duidelijke relatie tussen comfort en productiviteit. Een verbetering van het comfort op een werkplek leidt namelijk tot een productiviteitsstijging van 10% (Vink en de Korte, 2008).

Na ongeveer 20 minuten beeldschermwerk verslapt de aandacht. Na een uur neemt de werkprestatie af.

Laptop

Naast de lichamelijke ongemakken die kunnen ontstaan bij langdurig achter een laptop werken, blijken medewerkers langzamer en minder nauwkeurig te typen op een laptop vergeleken met een desktop. Ook hier is een relatie met de grootte van de laptop. Hoe kleiner de laptop hoe lager de typesnelheid en hoe hoger het aantal typefouten (Szeto en Lee, 2002). Volgens de norm mag een beeldscherm niet 1 geheel vormen met een toetsenbord. Bij een laptop is dit natuurlijk wel het geval. Een laptop zonder hulpmiddelen voldoet dus niet aan de eisen die worden gesteld aan een gezonde werkplek.

Sommerich et al deden onderzoek naar het effect van de grootte van het beeldscherm op de belasting van de nek en schouders. De belasting bij een 19 inch beeldscherm blijkt lager dan bij een 14 inch beeldscherm.

Uit een studie van Lindblad (2002) blijkt een opvallend groot verschil in productiviteit tijdens het typen, gemeten over een periode van 4 uur. Deze is maar liefst 17% hoger bij de groep die gebruik maakte van een laptop met ergonomische hulpmiddelen.